Zacht

Ik weet hoe het voelt, dat zachte, warme lichaam van je tienervriendinnetje tegen je aan, in een eenpersoonsbed, op haar slaapkamer op zolder. Ze had ook een balkon vanwaar je de Westerschelde, waar ze vlakbij woonde, kon horen ruisen. Rodin moet ook dat soort herinneringen hebben toen hij dit beeld op 49-jarige leeftijd maakte. Ik ben kortstondig fan geweest van Rodin, maar eigenlijk is mijn crush alweer over. Het is me iets te gladjes, te mooi, te zwierig. Ook met dat meisje ging het best snel weer uit.


Kunstwerk: Auguste Rodin, l’Eternelle Idole, 1889

Gezien in Musée Rodin, Parijs, mei 2001


Vind je het leuk om meer te lezen? Laat hier je emailadres achter en ontvang wekelijks een verhaal in je inbox.

Verwerken…
Gelukt! Je staat op de lijst.

Dalí

Ik was pas vijftien toen ik voor het eerst een écht kunstmuseum bezocht. Dat komt deels omdat ik opgroeide in Zeeuws Vlaanderen, dat vroeger qua reistijd zó ver was, dat reizen naar steden als Rotterdam of Amsterdam voor ons voelde als vakantie. Het is geen verrassing dat mijn eerste kunstmuseumbezoek in het buitenland was: het Dalímuseum aan de Costa Brava, waar ik met mijn ouders op een camping verbleef.

Dit museum is meteen één van de leukste die ik ooit bezocht. Het gebouw is prachtig (met een rode gevel bekleed met goudgele broodjes en met levensgrote, staande eieren op het dak) en Dalí’s kunst was zó doorspekt met fantasie en gekkigheid, dat het moeilijk is om zijn werk niet leuk te vinden.

Eenmaal terug thuis kocht ik uit enthousiasme mijn eerste kunstboek, een Taschen over Dalí. Die ik vervolgens van kaft tot kaft verslond. Na Dalí ben ik me ook voor andere kunstenaars gaan interesseren. Ik kocht ook boeken over Escher, Van Gogh, Picasso en De Stijl. En er volgden ook nog heel veel museumbezoeken. Maar het begon dus met mijn ouders in Figueras bij Dalí.


Kunstwerk: Central detail of the ceiling of ‘Salon Noble’ 1972-1973

Gezien in Teatro Museo Dalí, Figueras, juli 1997


Vind je het leuk om meer te lezen? Laat hier je emailadres achter en ontvang wekelijks een verhaal in je inbox.

Verwerken…
Gelukt! Je staat op de lijst.

Mijn Vlaamse land

Het Zeeuws Vlaamse landschap heeft in mijn jeugd zo’n grote indruk op me gemaakt dat het onderdeel van me geworden is. Met de polders, de kaarsrechte wegen en de kleiakkers onder een hemel vol wolken. En de zeedijken met pieren, geasfalteerde basaltblokken en houten palen. En met daartussen het zeewier, de klakkers, krabbetjes, oesters, slikken en schorren. Het is míjn landschap.

De schilder Johnny Beerens weet dit landschap op een fantastische manier te vangen. Dit ‘Genesis Triptiek’ zag ik in 2001 in de Lutherse kerk van Nieuwvliet. Het is gigantisch: de man en vrouw én hun spiegeling in het water, zijn levensgroot. Het beeld van geasfalteerde basaltblokken aan de binnenkant van het triptiek is opgeblazen tot enorme proporties, als een oneindige bergketen. Beerens verwerkte zand in de verf voor extra plastiek.

Ik begrijp niet wat de achterliggende betekenis van dit werk is. De titel en de vorm zijn nadrukkelijk religieus geïnspireerd. Als dit het scheppingsverhaal uitbeeldt, moeten de man en vrouw Adam en Eva voorstellen. Maar het landschap is nadrukkelijk artificieel, door mensen gemaakt. En de mensen, met hun hedendaagse kapsels en ‘love handles’ zijn nadrukkelijk heel gewoon, als twee bezoekers van het nudistenstrand.


Kunstwerk: Johnny Beerens, Genesis-triptiek, 1995-1999

Gezien in de Lutherse kerk, Nieuwvliet, april 2001


Vind je het leuk om meer te lezen? Laat hier je emailadres achter en ontvang wekelijks een verhaal in je inbox.

Verwerken…
Gelukt! Je staat op de lijst.

Wandelingetje

Eén van mijn meest dierbare vakantieherinneringen is de dag dat ik met mijn ouders het Musée d’Orsay bezocht. Ik was vijftien of zestien, we logeerden op een camping vlakbij Parijs. We bezochten het museum omdat ik in het voorafgaande jaar een groot kunstfan was geworden en de catalogus van het museum ongeveer uit mijn hoofd kende. Ik herinner me nog hoe mooi ik het gebouw vond (een voormalig treinstation dat op een inventieve manier is herbestemd tot museum) en hoe overweldigend de collectie. Zaal na zaal passeerden we de mooiste schilderijen. Van de oude symbolisten, via Manet en Millet, naar de impressionisten en eindigend bij Van Gogh, Cézanne en Gauguin. Het was een sublieme ervaring.

Dit impressionistische schilderij van Monet hing er ook en mijn ouders vonden het zó mooi dat ze later een reproductie kochten en die jarenlang boven hun bank hingen. Ik vind het nog steeds een mooi schilderij. Onder een hemel vol schapenwolken maken dames met kind een wandeling door het veld. Het is de alledaagsheid en verder betekenisloze van dit tafereel dat het zo bijzonder maakt. Ja, er mogen schilderijen zijn met allerlei bijzondere allegorieën en van allerlei historisch belangrijke gebeurtenissen, zoals die er ook genoeg waren in het Musée d’Orsay. Maar er mag ook een schilderij zijn van iets banaals als een wandelingetje door het veld. Met dit soort schilderijen werd de schilderkunst definitief van iedereen.


Kunstwerk: Claude Monet, Cocuelicots, 1873

Gezien in Musée d’Orsay, Parijs, mei 2000


Vind je het leuk om meer te lezen? Laat hier je emailadres achter en ontvang wekelijks een verhaal in je inbox.

Verwerken…
Gelukt! Je staat op de lijst.

Stamgasten

Eén van de leukste bijbanen in mijn jeugd was die van ober in een café-restaurant met uitzicht over de Westerschelde. Ik werkte in het café-gedeelte en bediende de daggasten. Afhankelijk van de dag en het tijdstip waren dat mensen uit de stad, of Belgen die van het uitzicht over het water kwamen genieten. Vooral die Belgen gaven flinke fooien.

Onder de gasten waren ook zonderlinge types die dagelijks aan onze bar zaten. Ze hesen zich op vaste tijden op hun kruk en kregen zonder een woord te wisselen een biertje en borrel voorgezet. En dat een paar keer achter elkaar. Net als deze dame op het schilderij van Degas staarden ze wat voor ze uit. Ik vond dat indertijd een grappig fenomeen, van die stille drinkers die al vroeg op de middag aan de bier en borrels zaten. In de keuken, buiten het zicht, maakten we er grapjes over.

Pas later, toen ik ontdekte dat een kennis een stevige alcoholverslaving had, ben ik anders naar die drinkebroeders gaan kijken. Bij die kennis was het ook begonnen met zomaar wat biertjes. Maar toen hij in zijn leven stress meemaakte, ging hij drinken om te vergeten. En toen hij dat eenmaal deed, kon hij niet meer zonder. De verslaving vrat zich zo ver in dat niet de oorspronkelijke stress, maar de verslaving zelf zijn grootste probleem werd. De grens tussen gewoon een paar dagelijkse kopstoten en een ontsporende verslaving is mij te dun.


Kunstwerk: Edgar Degas, Au café, dit l’Absinthe, 1873

Gezien in Musée d’Orsay, Parijs, mei 2000


Vind je het leuk om meer te lezen? Laat hier je emailadres achter en ontvang wekelijks een verhaal in je inbox.

Verwerken…
Gelukt! Je staat op de lijst.

Narigheid

Dat vlot van de medusa is een idioot schilderij vol lijken, stervenden en een schip aan de horizon dat de schipbreukelingen zal redden. Het is gigantisch en hangt in een enorme zaal in het Louvre in Parijs. Op school leerde ik dat Géricault ter voorbereiding op dit schilderij speciaal naar mortuaria ging om de kleuraccenten op de huid van dode mensen te bestuderen. En dat dit schilderij qua thematiek helemaal past in de tijd van de Romantiek: een groepje nietige mensen dat is overgeleverd aan de krachten van de natuur.

Het kaartje dat ik ervan heb, kocht ik in mei 2000, het was net na mijn eindexamen en ik was in Parijs met drie vrienden van mijn vwo-klas. Na de zomer startte ik naar mijn basisjaar aan de kunstacademie. Ik zoog echt álles op wat ik te weten kon komen over de grote schilders, zoals deze Géricault met zijn lijken.


Kunstwerk: Géricault, Le radeau de la Méduse, Salon de 1819

Gezien in Musée du Louvre, Parijs, mei 2000


Vind je het leuk om meer te lezen? Laat hier je emailadres achter en ontvang wekelijks een verhaal in je inbox.

Verwerken…
Gelukt! Je staat op de lijst.

Vlekken

Ik heb ooit de bijzondere ervaring gehad dat ik gevoelsmatig minutenlang in dit schilderij was. Ik stond ervoor en lange tijd zag ik geen schilderij, maar ik zag slechts ritmes,  kleuren en licht. Ik kan me specifiek herinneren dat de twee horizontale stroken beige-geel, gevormd door de achterkant van de hoge banken midden in de kerk, me betoverden. Ze leken vanwege de felle kleur en de donkere schaduw naar me toe te zweven. Alsof ik ze kon grijpen.

 Ik denk dat dat komt omdat de schilder Saenredam het perspectief zo goed beheerst, je wordt door al die lijnen als het ware het schilderij ingezogen. Tegelijk wordt de voorgrond door de lichtwerking (de achtergrond veel lichter dan de voorgrond) gevoelsmatig naar voren gestuwd.

 Maar het komt ook omdat het interieur lijkt op de kerk waar ik in mijn jeugd vaak kwam. Die kerk had ook witgepleisterde muren, een stenen vloer en houten kerkbanken. Ook daar waren de bezoekende gemeenteleden als smetjes op het perfecte wit.

In die kerk van mijn jeugd gebeurden trouwens vreemde dingen. Omdat er zoveel oude mensen kwamen, viel er geregeld iemand flauw tijdens de dienst. Dan werd die persoon weggedragen, terwijl de gemeente extra liederen zong. Van één geval hoorden we nog tijdens de kerkdienst dat hij overleden was. De dominee merkte meteen op dat je nergens beter kunt overlijden dan in Gods huis.

Ook herinner ik me dat er veel ruzie werd gemaakt. Tussen komende en gaande dominees. En tussen de kerkraden van de onze en de andere wijkgemeenten in de stad. Uiteindelijk hebben we nog meegemaakt dat de kerk werd afgestoten.

Ook met de kerk van dit schilderij, de Sint Odulphuskerk in Assendelft,  is het niet goed afgelopen. Hij was in de 18e eeuw, na langdurig wanbeheer zó bouwvallig, dat hij is gesloopt. Al wat rest is dit schilderij.


Kunstwerk: Pieter Saenredam, Interieur van de St. Odulphuskerk te Assendelft

Gezien in het Rijksmuseum, Amsterdam, maart 2001


Vind je het leuk om meer te lezen? Laat hier je emailadres achter en ontvang wekelijks een verhaal in je inbox.

Verwerken…
Gelukt! Je staat op de lijst.

Sainte Marie de la Mer

Ik had gemakkelijk met mijn ouders op deze plek kunnen staan. Het zou dan langs de weg zijn, aan een verdroogd lavendelveld met op de achtergrond het pittoreske dorpje Sainte-Marie-de-la-Mer. We waren dan onderweg van het strand naar onze camping. Het was een smoorhete middag halverwege juli. Onderweg stonden we even stil langs de weg voor dit uitzicht, dat Provencaalser is dan de Provence zelf. We maakten even een foto. We roken dan de geur van lavendel en we hoorden het getjilp van sprinkhanen en heel in de verte het geruis van de Middellandse zee. Die burcht-achtige kerk in het midden is het bezoeken waard: uit de twaalfde eeuw en een belangrijke plek van Mariaverering. We zouden er vast op een andere dag heen zijn gegaan, met ook een bezoek aan de markt vol lavendelzeepjes.

Ik ben nooit op deze plek geweest, maar toen ik dit schilderij van Van Gogh in het Kröller Müller zag, moest ik meteen aan die heerlijke vakanties met mijn ouders in Zuid-Frankrijk denken. En aan de talloze soortgelijke dorpjes, velden en kerkjes uit de Provence, Loire of Vendée waar ik wél foto’s van heb. Terwijl ik dit typ trekt de eerste najaarsstorm over Nederland. Het is koud en nat. Was ik maar in dit schilderij.

————————–

Kunstwerk: Vincent van Gogh, Gezicht op Saintes-Marie-de-la-Mer, 1888

Gezien in museum Kröller-Müller, Hoge Veluwe, september 2020


Vind je het leuk om meer te lezen? Laat hier je emailadres achter en ontvang wekelijks een verhaal in je inbox.

Verwerken…
Gelukt! Je staat op de lijst.

Drinkgelag

Deze installatie van John Körmeling heb ik vaak in aangeschoten toestand gezien, nadat ik als student de kroegen van het Eindhovense Stratumseind was uitgerold. Het is een leuk werk: om beurten lichten de verschillende ‘HA’s en ‘HI’s op, alsof er een eindeloze grap wordt verteld. Het stond achter een grote glasgevel van het Van Abbemuseum, bij dat Stratumseind om de hoek.

Ik ben van mijn zestiende tot ongeveer mijn vijfentwintigste vaak in zo’n aangeschoten toestand geweest. In mijn tienerjaren was het nog heel braaf en deed ik met mijn vrienden zelfs al na twee biertjes alsof we aangeschoten waren. Dan liepen we in ganzenpas al zwaaiend en zingend door de straat. Later, als student werd het wat gevaarlijker en wist ik vaak niet meer precies hoe ik thuisgekomen was. Ik ben ook een paar keer lelijk onderuit gegaan op de fiets. En ik heb vele brakke dagen op mijn kamer doorgebracht, te ziek om te studeren.

Inmiddels drink ik bijna niet meer en kijk ik met gemengde gevoelens terug op al dat drinkgelag. Op een bepaalde manier hoort het bij het grenzeloze van je tienerjaren en studententijd, dat je helemaal nergens rekening mee hoeft te houden en alles spel is. Maar de verstoring, de kwade dronken en de brakke dagen achteraf kunnen me gestolen worden.


Kunstwerk: John Körmeling, HI HA, 1992

Gezien in het Van Abbemuseum, Eindhoven, november 2004


Vind je het leuk om meer te lezen? Laat hier je emailadres achter en ontvang wekelijks een verhaal in je inbox.

Verwerken…
Gelukt! Je staat op de lijst.

IJspret

Dit is zo’n typisch schilderij om eens lekker lang naar te kijken, omdat er zo veel te zien is. Je ziet mensen ijshockeyen, sleeën, schaatsen. Links is een groepje door het ijs gezakt, vlak voor de brug is een dame voorover gevallen en zie je blote billen. Op dit schilderij zie je de gekte die zich van Hollanders meester maakt als het vriest.

Zo’n winterlandschap staat heel dicht bij mijn eigen beleving. Als het dan eens een paar nachten goed had gevroren, kon je op het ijs. Ik herinner me nog de wondere wereld die zich plots ontvouwde. Een nieuwe kaart van Zeeuws Vlaanderen (waar ik opgroeide) ontvouwde zich. Eerst een klein rondje op de ondiepe Kolk in Terneuzen. Daarna wat verder op de Leiding. En als het écht flink vroor kon je op de Otheense kreek, die je helemaal tot Spui en de Groenstraat kon berijden.

Dankzij de vrieskou kwam je opeens op plekken waar je nog nooit was geweest. Dat onbereikbare eiland in de vijver, dat stuk boerenland met dat mysterieuze bosje. En je ontmoette er je buren, klasgenoten, vrienden familie op het ijs, omdat iedereen gaat schaatsen als het vriest. Ook bij ons maakte een soort baldadigheid zich meester. De ijshockeygoals, kitesurfuitrusting, sleeën en schaatsen konden van zolder. De ijsgekte was alom.

De schilder Hendrick Avercamp ken ik eigenlijk alleen van dit soort schilderijen. Hij leefde van 1585 tot 1634. Op de website van het Mauritshuis vond ik dat hij woonde in Kampen en doofstom was. En ik vond ook dat het laatste kwart van de 16e eeuw tot de koudste decennia sinds het begin van onze jaartelling wordt gerekend. Het wordt ook wel aangeduid als de ‘kleine ijstijd’, met een winter die al in november begon en duurde tot april.

Inmiddels is van een ijstijd geen sprake meer. De klimaatverandering maakt dit soort wintertaferelen steeds zeldzamer Maar deze week (februari 2021) kan het toch weer. Dus ik heb mijn nieuwe schaatsen, die ik alweer een jaar of 5 geleden voor mijn verjaardag heb gekregen, uit het vet gehaald. Eens kijken of het ijs het houdt…


Kunstwerk: Hendrik Avercamp, Ijsvermaak

Gezien in het Mauritshuis, Den Haag, november 2008


Vind je het leuk om meer te lezen? Laat hier je emailadres achter en ontvang wekelijks een verhaal in je inbox.

Verwerken…
Gelukt! Je staat op de lijst.